Het voorrecht van de christen

Velen die oprecht zoeken naar heiligheid van hart en zuiverheid van leven, schijnen verslagen en ontmoedigd. Ze zien voortdurend op zichzelf en klagen over hun gebrek aan geloof. Omdat ze geen geloof hebben, voelen zij dat ze geen aanspraak kunnen maken op de zegeningen van God. Deze mensen verwarren gevoel met geloof. Ze miskennen de eenvoud van waar geloof en brengen aldus duisternis in hun ziel. Ze zouden de geest moeten afwenden van zichzelf om stil te staan bij de genade en goedheid van God en terug denken aan Zijn beloften, en dàn eenvoudig geloven dat Hij Zijn woord waar zal maken.

We kunnen niet op ons geloof vertrouwen, maar moeten bouwen op de beloften van God. Als we berouw hebben van onze zonden uit het verleden en gehoorzaamheid voor de toekomst beloven, moeten we geloven dat God ter wille van Christus ons aanneemt en ons onze zonden vergeeft. Duisternis en ontmoediging zullen soms over de ziel komen en dreigen ons te overweldigen, maar we mogen ons vertrouwen niet wegwerpen. We moeten het oog gericht houden op Jezus, wat ons gevoel oog moge zijn. We moeten getrouw elke ons bekende taak trachten te volbrengen en ons vervolgens overgeven aan de beloften van God.