Het geloof dat werkt

“Maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.” Hebreeën 11:6

Geloof is geen zekerheid van kennis, het is de zekerheid van de dingen die men hoopt, en het bewijs van de dingen, die men niet ziet. Geloof is vertrouwen in God. Men gelooft, dat Hij ons liefheeft, en weet wat voor ons het beste is. Zo leidt het geloof ons om Zijn weg te kiezen, in plaats van onze eigen weg.

 

Het geloof aanvaardt in plaats van onze onwetendheid, Zijn wijsheid. In plaats van onze zwakheid, Zijn sterkte. In plaats van onze zondigheid, Zijn gerechtigheid. Ons leven, wijzelf, zijn al van Hem. Het geloof erkent dat wij Zijn eigendom zijn, en aanvaardt de zegening ervan. Waarheid, oprechtheid en reinheid, worden duidelijk als de geheime bronnen voor een succesvol leven. Het geloof stelt ons in het bezit hiervan. Iedere goede opwelling en elk streven is een gift van God;  ‘geloof’ ontvangt van God het leven, dat alleen groei en bekwaamheid kan voortbrengen.

Als wij over het geloof spreken, moeten wij een onderscheid maken, dat wij goed in het geheugen moeten bewaren. Er is een soort geloof, dat geheel verschillend is van het geloof in God. De Bijbel zegt, dat “de duivel ook gelooft, en hij beeft”, maar dit is geen geloven. Wanneer geloof in Zijn Woord samengaat met onderwerping aan Zijn Wil, wanneer het hart zich overgeeft aan Hem en de liefde op Hem is gericht, daar is werkelijk geloof; geloof dat werkt door de liefde en de ziel reinigt.

Door dit geloof wordt het hart vernieuwd naar het beeld van God. Het onbekeerde hart onderwerpt zich niet aan Gods wet, en dit kan het ook niet. Maar als het hart vernieuwd is verheugt het zich in de heilige voorschriften van de wet  en roept uit met de psalmist:

“Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag! Psalm 119:97

En de gerechtigheid van de wet wordt in ons vervuld, “die niet naar het vlees wandelen maar naar de geest” Romeinen 8:1.

Geloof brengt ons geen verdienste; het is een gave van God, die wij kunnen aanvaarden door Christus aan te nemen als onze persoonlijke Verlosser, waarin wij ons kunnen verheugen.