Het geliefkoosde onderwerp van Johannes was de oneindige liefde van Christus. Hij geloofde in God zoals een kind gelooft in een vriendelijke en tedere vader. Hij begreep het karakter en het werk van Jezus. Wanneer hij zag hoe zijn Joodse broeders hun weg zochten zonder dat een straal van de Zon der Gerechtigheid hun pad verlichtte, verlangde hij ernaar hun Christus, het Licht der wereld, te brengen. De getrouwe apostel zag dat hun blindheid, hun trots, bijgeloof en onbekendheid met de Schriften, hun ziel ketenden met boeien, die nooit verbroken zouden kunnen worden. Hun vooroordeel en haat jegens Christus, bracht hen als volk naar de ondergang en vernietigde hun hoop op het eeuwige leven. Maar Johannes bleef volhouden met het prediken van Christus als de enige weg tot zaligheid. Het bewijs dat Jezus van Nazareth de Messias was bleek zo duidelijk, dat Johannes verklaarde dat niemand in het duister hoefde te dwalen, wanneer hem zo’n licht aangeboden wordt.