Oorlog in de hemel

Toen satan Adam en Eva in de hof benaderde, verzocht hij hen met dezelfde misleiding. Jullie kunnen als goden zijn zonder Hem te gehoorzamen.

“De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?   En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u. Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven.
Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. “

Genesis 3:1-5

Dezelfde misleiding, die leidde tot de val van de engelen in de hemel, leidde tot de val van Adam en Eva in de hof. En net als de engelen uit de hemel werden geworpen, zo werden Adam en Eva uit de hof van Eden verwijderd.

 

“Daarom zond de HEERE God hem weg uit de hof van Eden, om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was.
24 Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken.”

Genesis 3: 23,24

Adams en Eva’s verstand waren verdorven door Satan. Zij hadden nu een vleselijk verstand, waarvan Paulus schrijft;

“Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.”

Romeinen 8:7,8

Maar God laat de mens niet omkomen. Hij zou Zijn Zoon naar de wereld sturen. De mens zou een tweede kans krijgen. Om het koninkrijk van de hemel binnen te kunnen gaan, zal de mens zich weer aan haar wetten moeten houden. Daarom schrijft Paulus;

“En de Heilige Geest getuigt het ons ook.
Want na eerst gezegd te hebben: Dit is het verbond, dat Ik met hen na die dagen zal sluiten, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun hart geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, en aan hun zonden en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken.”

Hebreeën 10:15-17