Persoonlijke verantwoordelijkheid

Al Uw geboden zijn gerechtigheid

Psalm 119:142

De Geest van God leidt ons op de weg van de geboden; want dit is de belofte:

Wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.

Joh. 16:13

Wij moeten de geesten beproeven aan de toets-steen van Gods Woord; want er zijn vele geesten in de wereld.

Tot de wet en tot de getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit woord is er geen dageraad.

Jes. 8:20

God houdt ieder van ons persoonlijk verantwoordelijk en roept ons op om Hem uit beginsel te dienen, om voor Hem te kiezen…

God neemt de overtreding van Zijn wet niet licht op.

Want het loon dat de zonde geeft, is de dood.

Rom. 6:23

De consequenties die ongehoorzaamheid heeft, bewijzen dat de zonde van nature vijandschap is tegen het welslagen van de heerschappij van God en het welzijn van Zijn schepselen. God is “een na-ijverig God, die de ongerechtigheden der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten” (Ex. 20:5).
De gevolgen van de overtreding zijn voor diegenen die volharden in het kwaad doen. “Maar Hij is genadig voor duizenden die Hem liefhebben en Zijn geboden onderhouden” (Ex. 20:6). Hij is het, “die al uw ongerechtigheden vergeeft, die al uw krankheden geneest”
(Psalm 103:3)

In aardse aangelegenheden wordt de dienstknecht die tracht zo zorgvuldig mogelijk aan de eisen van zijn functie en aan de wil van zijn meester te voldoen, hogelijk gewaardeerd. Iemand wilde eens een betrouwbare koetsier in dienst nemen. In reactie op zijn advertentie kwamen meerdere mannen aan. Hij vroeg ieder van hen, hoe dicht zij langs de rand van een bepaalde afgrond konden rijden, zonder dat het rijtuig kantelde. De één na de ander antwoordde dat hij er gevaarlijk dicht langs kon rijden. Maar ten slotte antwoordde er één, dat hij zich zo ver mogelijk hield van zulke gevaarlijke toeren. Hij werd aangenomen.

Kan een mens een goede dienstknecht beter op waarde schatten dan onze hemelse Vader? Wij moeten ons niet bezighouden met de vraag, hoe ver we van Gods geboden kunnen afwijken, rekenend op de genade van de Wetgever, en onszelf dan te vleien met de gedachte dat wij binnen de grenzen van de verdraagzaamheid Gods blijven. Maar onze zorg moet zijn, hoe wij zo ver mogelijk van overtreding verwijderd kunnen blijven. Wij moeten vastbesloten zijn, de kant te kiezen van Christus en onze hemelse Vader, en geen risico lopen door koppigheid en arrogantie…

Wij moeten door onze woorden en daden de voorschriften van de hemel verheerlijken. Hij die de wet in ere houdt, zal in het oordeel geëerd worden.