Bewaak de toegangspoorten tot je ziel goed

“Behoed uw hart boven al wat te bewaren is”, waarschuwt Salomo, “want daaruit zijn de oorsprongen van het leven.” (Spreuken 4:23) “Zoals een man denkt in zijn hart, zo is hij.” (Spreuken 23:7) Ons hart moet door Gods genade vernieuwd worden, anders is het tevergeefse moeite, te proberen een rein leven te leiden. Iemand die, onafhankelijk van de genade van Christus, een edel en voortreffelijk karakter wil ontwikkelen, bouwt zijn huis op los zand. Als de felle stormen van verzoeking komen, wordt het zeker omver gestoten. Iedere ziel zou het gebed van David moeten bidden:

“Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.” Psalm 51:12

En als we eenmaal deel hebben gekregen aan dat hemels geschenk, dan mogen we doorgaan op weg naar volmaaktheid, “in de kracht van God bewaakt door het geloof.” 1 Petrus 1:5

Toch hebben we nog steeds de opdracht, aan verzoekingen weerstand te bieden. Mensen die niet aan satans listen ten prooi willen vallen, moeten de toegangspoorten tot hun ziel goed bewaken. Ze moeten vermijden iets te lezen, te zien, of te horen wat onreine gedachten bij hen oproept. Onze geest moet zich niet naar willekeur bezighouden met allerlei onderwerpen die de vijand van onze ziel aanbiedt.

“Omgord daarom de lendenen van uw verstand, wees nuchter … niet gelijkvormig aan de begeerten die er vroeger in uw onwetendheid waren. Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel.” 1 Petrus 1:13-15

Dat zijn de woorden van Petrus. En Paulus zegt:

“Al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat.” Filippenzen 4:8

Dat vraagt om ernstig gebed en voortdurende waakzaamheid. We moeten geholpen worden door de invloed van de inwonende Heilige Geest. Die voert onze geest omhoog, en went ons eraan, reine en heilige dingen te bedenken.

En we moeten ijverig het Woord van God bestuderen. De psalmist zegt:

“Waarmee houdt een jongere zijn pad zuiver? Als hij dat volgt naar Uw woord. Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen, opdat ik tegen U niet zondig.” Psalm 119:9,11