De wet toont zonde als in een spiegel

Maar wie Zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn

1 Johannes 2:5

God heeft een maatstaf van gerechtigheid, waaraan Hij ons karakter meet. Deze maatstaf is Zijn heilige wet, die Hij ons als leefregel heeft gegeven. Wij worden geroepen, aan haar voorschriften te voldoen, en als we dit doen, dan eren we zowel God als Jezus Christus; want God gaf de wet en Christus stierf om haar te verheerlijken – en om haar gezag te verlenen. Hij zegt;

Indien gij Mijn geboden bewaart, zult gij in Mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden van Mijn Vader bewaard heb en blijf in Zijn liefde

Joh. 15:10

En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

1 Joh. 2:17

Er zijn veel hoorders, maar weinig daders van de woorden van Christus. Zijn woorden worden misschien in theorie wel aangenomen, maar als zij niet in onze ziel worden gegrift en in ons leven worden verweven, dan hebben zij niet de heiliging van ons karakter tot gevolg. De waarheid aannemen is één, maar die in het dagelijks leven in praktijk brengen is iets anders. Voor hen die alleen hoorders zijn, roept Gods Woord geen dankbaar antwoord op. Het gebod “Gij zult de Here uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand” (Matth. 22:37), wordt als juist erkend, maar de eisen die het stelt worden niet aanvaard; en zijn beginselen worden niet in praktijk gebracht.

Wij zijn allen zondig en uit onszelf niet in staat om de woorden van Christus te doen. Maar God heeft erin voorzien, dat de veroordeelde zondaar van alle smet en vlek bevrijd kan worden.

Als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige.

1 Joh. 2:1

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

1 Joh. 1:9

Maar als Christus de zondaar redt, schaft Hij de wet die de zondaar veroordeelt niet af… De wet toont ons onze zonden, laat ons als in een spiegel zien dat ons gezicht niet schoon is. Die spiegel heeft niet de kracht om ons gezicht te reinigen; dat is niet zijn taak.

Zo is het ook met de wet. Hij wijst onze tekortkomingen aan en veroordeelt ons, maar heeft niet de kracht ons te verlossen. Wij moeten tot Christus komen voor vergeving. Hij zal onze schuld op Zich nemen en ons voor God rechtvaardigen. En Hij bevrijdt ons niet alleen van zonde, maar Hij geeft ons kracht, te gehoorzamen aan Gods wil… Tegenwoordig leggen velen hun eigen maatstaven aan, en denken daarmee de hemel te bereiken, zelfs al laten zij na Gods wil te doen. Maar zij bouwen allemaal op zand. Zij zijn alleen hoorders… Onze verlossing kostte de Zoon van God het leven, en God eist van ons, dat wij ons karakter op een fundament bouwen, dat de toetssteen van het oordeel kan doorstaan.