Beginselen die ten grondslag liggen aan de wet van God

Zalig de armen van geest, want van hun is het koninkrijk van de hemelen

Mattheüs 5:3

In de Bergrede die Christus uitsprak, worden licht en waarheid gegeven, en worden beginselen uiteengezet, die van toepassing zijn op alle omstandigheden en op elke plicht die God eist van onze hand. Christus is gekomen om de wet, die Hij zelf van de berg Sinaï tijdens hun zwerftocht door de woestijn voor Zijn uitverkoren volk had afgekondigd, groot te maken en te verheerlijken.

Christus probeerde in al Zijn onderwijs de beginselen, die de grondslag vormen van Zijn hoge maatstaf van gerechtigheid, in het hoofd en het hart van zijn toehoorders in te prenten. Hij leerde hen, dat  als zij Gods geboden wilden houden, liefde voor God en voor hun medemensen in hun dagelijks leven zichtbaar moest worden. Hij trachtte de liefde, die Hij zelf voor de mensheid voelde, in hun hart te leggen. Zo zaaide Hij het zaad van de waarheid, waarvan de vrucht een rijke oogst aan heiligheid en schoonheid van karakter zal opleveren. Deze heilige invloed zal niet alleen in de tijd verstrekkend zijn, maar de gevolgen zullen de gehele eeuwigheid door merkbaar zijn. Zij zal ons handelen heiligen, en overal waar ze aanwezig is, zal ze een reinigde invloed hebben. Gezeten op de berg, omringd door Zijn discipelen en een grote menigte, opende Jezus “Zijn mond en leerde hen, en zei: zalig de armen van geest, want van hun is het koninkrijk van de hemelen.” Zij murmureren en klagen niet, maar zijn tevreden met hun toestand en hun omstandigheden in het leven. Zij koesteren niet het idee, dat zij een betere positie verdienen dan wie welke de Voorzienigheid hen heeft toebedeeld, maar zij tonen een geest van dankbaarheid voor elke gunst die hun geschonken wordt. Iedere trotse gedachte en elk gevoel van hoogmoed wordt uitgebannen.

Zij die werkelijk geheiligd zijn, hebben weet van hun eigen zwakheid. Omdat zij hun nood kennen, gaan zij voor licht, genade en kracht tot Jezus, in wie alle volheid woont, en die alleen in staat is, in hun behoeften te voorzien. Omdat zij zich bewust zijn van hun eigen onvolmaaktheid, trachtten zij meer als Christus te zijn, en in overeenstemming met de beginselen van Zijn heilige wet te leven. Dit voortdurend gevoel tekort te schieten leidt tot zo’n volkomen afhankelijkheid van God, dat Zijn Geest in hen tot voorbeeld wordt. De schatten van de hemel worden ontsloten, om aan de behoeften van iedere hongerige en dorstige ziel te voldoen. Allen die dit karakter hebben, hebben de verzekering , dat zij op een dag de heerlijkheid van dat koninkrijk zullen zien, waarvan wij in onze verbeelding nog maar een vaag beeld kunnen vormen.

De maatstaf die de christen voor zichzelf moet aanleggen, is de reinheid en lieflijkheid van het karakter van Christus. Dag na dag mag hij nieuwe schoonheid aandoen, en meer en almaar meer het beeld van God naar de wereld toe weerspiegelen.