Werkelijke barmhartigheid sluit geen compromis met het kwaad

Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid. En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij de zonden zou wegnemen, en in Hem is geen zonde.

1 Johannes 3:4,5

Naarmate de jaren voorbij gingen en het aantal gelovigen toenam, werkte Johannes met groeiende trouw en ernst voor zijn broeders en zusters. Het was voor de gemeente een gevaarlijke tijd. Overal was er misleiding door satan. Door valse voorstellingen en bedrog probeerde de gezanten van satan tegenstand te mobiliseren tegen de leer van Christus, en als gevolg daarvan brachten tweedracht en ketterijen de gemeente in gevaar. Sommigen van hen die Christus beleden beweerden, dat Zijn liefde hen had bevrijd van gehoorzaamheid aan de wet van God. Aan de andere kant waren er velen die leerden, dat het nodig was de Joodse gebruiken en rituelen in acht te nemen; en dat het louter naleven van de wet, zonder geloof in het bloed van Christus, voldoende was om zalig te worden.

Sommigen hielden Christus voor een goed mens, maar ontkenden dat Hij God is. Sommigen die voorgaven trouw te zijn aan Gods zaak waren misleiders, en loochenden in de praktijk Christus en Zijn evangelie. Terwijl ze zelf in overtreding leefden, brachten zij ketterijen de gemeente binnen. En zo kwamen velen in een doolhof vol scepsis en misleiding terecht.

Johannes werd met droefheid vervuld, toen hij deze giftige dwalingen de gemeente binnen zag sluipen. Hij zag de gevaren waaraan de gemeente werd blootgesteld, en hij pakte deze noodsituatie onmiddellijk en beslist aan. De brieven van Johannes ademen een geest van liefde. Hij lijkt alsof hij schrijft met een pen, die in liefde gedoopt is. Maar als degenen tegemoet trad, die de wet van God verbraken, en dan nog beweerden dat zij zonder zonde leefden, dan aarzelde hij niet om hen voor hun vreselijke bedrog te waarschuwen…

Wij zijn net zoals de geliefde discipel bevoegd, even veel achting te hebben voor hen die beweren in Christus te zijn, terwijl ze in overtreding leven ten opzichte van Gods wet. In deze eindtijd bestaat er kwaad, gelijk aan hetgeen de voorspoed van de vroege gemeente bedreigde. En wij moeten de lessen va de apostel Johannes op dit punt goed ter harte nemen. “U moet barmhartig zijn” is overal de kreet, vooral van hen die heiligmaking belijden. Maar werkelijke barmhartigheid is te rein om een onbeleden zonde te bedekken. Wij moeten de zielen liefhebben voor wie Christus is gestorven, maar we mogen geen compromis sluiten met het kwaad. Wij mogen ons niet met hen die opstandig zijn verenigen, en dat dan barmhartigheid noemen. God verlangt van Zijn volk in deze tijd, dat zij even onwrikbaar staan voor de waarheid, als Johannes tegenover dwalingen die de ziel schade toebrengen… Zijn getuigenis over het leven en het sterven van onze Heiland was helder en krachtig. Hij sprak vanuit een rijkdom van hart dat overvloeide van liefde voor de Heiland; en geen macht kon zijn woorden tegenhouden.