Het geestelijk karakter van de wet

Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen

Mattheüs 5:17

Christus had, temidden van bliksem en donderslagen, op de berg Sinaï de wet afgekondigd. De heerlijkheid van God rustte als een verterend vuur op haar top, en de berg schudde onder Gods aanwezigheid. De stammen van Israël hadden, op hun aangezicht gebogen, met ontzag naar de heilige voorschriften van de wet geluisterd…. Toen de wet werd gegeven, had Israël – gedegenereerd door hun lange verblijf in Egypte – het nodig, dat zij onder de indruk zouden komen van de macht en majesteit van God. Toch openbaarde Hij Zichzelf niettemin als God van liefde. De wet die op de Sinaï gegeven werd, was de afkondiging van het grondbeginsel van de liefde, een openbaring aan de aarde van de wet die in de hemel geldt. Zij werd aan de handen van een Middelaar toevertrouwd – uitgesproken door Hem, wiens macht in staat was om harten van mensen in overeenstemming met haar beginselen te brengen. God had het doel van de wet geopenbaard, toe Hij tegen Israël sprak:

Gij zult Mij heilige mensen zijn.

Ex. 22:31

Maar Israël had het geestelijk karakter van de wet niet begrepen, en maar al te vaak was de gehoorzaamheid, die zij beleden, eerder het naleven van vormen en rituelen, dan overgave van het hart aan de soevereiniteit van de liefde. Toen Jezus in Zijn karakter en Zijn daden aan de mensen de heilige, welwillende en vaderlijke eigenschappen van God liet zien – en aantoonde hoe waardeloos gehoorzaamheid is, die louter bestaat in het verrichten van rituelen – toen begrepen de Joodse leiders Zijn woorden niet, of zij wilden ze niet aannemen. Zij dachten, dat Hij de eisen van de wet te lichtvaardig opnam. En toen Hij hun de zuivere waarheden voorhield, die het hart vormden van het hun door God opgedragen dienstwerk, beschuldigden zij Hem – omdat zij alleen naar de buitenkant oordeelden – van pogingen de wet af te schaffen. De woorden van Christus werden, hoewel kalm uitgesproken, geuit met een ernst en een macht die de harten van de mensen raakten… Zij stonden versteld;

Toen Jezus deze woorden had geëindigd, gebeurde het dat de menigte versteld stond van Zijn onderricht, want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden.

Matth. 7:28,29

De Farizeeën stelden vast, dat er groot verschil bestond tussen hun manier van onderwijs geven en die van Christus. Zij zagen, dat de majesteit, reinheid en schoonheid van de waarheid – met haar diepe, zachte invloed – sterk ingang vond in het denken van velen. De goddelijk liefde en tederheid van de Heiland trok de harten van mensen tot Hem…

De Heiland zei niets, dat het geloof in de godsdienst en de instellingen die via Mozes waren gegeven zou kunnen verzwakken. Want elke goddelijke lichtstraal die de grote leider van Israël aan zijn volk had doorgegeven, was van Christus ontvangen. Terwijl velen in hun hart zeggen, dat Hij gekomen is om de wet af te schaffen, ontvouwt Jezus in niet mis te verstane woorden Zijn houding ten opzichte van de goddelijke inzettingen. Hij zei:

 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden