“Ik en de Vader zijn Eén.” Johannes 10:30

Het Goddelijke gezag van Jezus

De Verlosser der wereld was aan God gelijk. Zijn gezag was als het gezag van God. Hij verklaarde dat Hij, gescheiden van de Vader, geen bestaan had. Het gezag waarmee Hij sprak en waardoor Hij de wonderen deed, was duidelijk het Zijne, en toch verzekert Hij ons nadrukkelijk, dat Hij en de Vader Één zijn…

Als Wetgever oefende Jezus Gods gezag uit; Zijn geboden en besluiten werden gesteund door de Souvereiniteit van de eeuwige troon. De heerlijkheid van de Vader werd geopenbaard in de Zoon; Christus openbaarde het karakter van de Vader. Hij was zo volkomen met God verbonden, zo volledig omringd door het licht dat Hem omgaf, dat hij, die de Zoon gezien had, ook de Vader had gezien. Zijn stem was als Gods stem.

“Gelooft Mij dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is; of anders, gelooft om de werken zelf.”

Hun geloof kon veilig rusten op het bewijs, gegeven door de werken van Christus, werken, die niemand ooit gedaan had of zou kunnen doen. Zij konden beredeneren dat de mens alleen deze wonderen niet kon doen. Christus trachtte hen weg te leiden van hun kleine geloof naar de ervaring, die zij hadden kunnen ontvangen door te zien naar hetgeen Hij had gedaan om hen verder op te leiden en hun een kennis mee te delen van wat Hij was – God in menselijk vlees. Hoe ernstig en volhardend trachtte onze medelijdende Heiland Zijn volgelingen voor te bereiden op de storm van verzoekingen die hen spoedig zou treffen. Hij had gewild dat zij zich met Hem in God zouden verbergen.

God heeft de gehoorzamen lief als Zijn eigen Zoon

De gelovige kan in zijn leven en karakter getuigen dat God de mens, die Zijn geboden gehoorzaamt, liefheeft als Zijn eigen Zoon.

Hoe verbazingwekkend is deze uitspraak – vrijwel boven het bevattingsvermogen van de sterfelijke geest!