De wet van God: een haag tegen het kwaad

… Al zijn bevelen zijn vastgesteld voor immer en altoos, volbracht in waarheid en oprechtheid.

Psalm 111:8

Hij die bewust een gebod overtreedt, houdt geen enkele van die geboden in geest en in waarheid.

Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden.

Jac. 2:10

Het is niet de ernst van de daad van ongehoorzaamheid die uitmaakt, of iets zonde is, maar het feit dat iemand ook maar in de kleinste bijzonderheid afwijkt van de uitdrukkelijke wil van God. Want dit toont aan, dat de ziel nog gemeenschap heeft met de zonde. Het hart is in zijn dienst verdeeld. Er is sprake van het feitelijk loochenen van God, van opstand tegen de wetten waarmee Hij regeert. Wanneer de mensen vrij zouden zijn om afstand te nemen van de eisen van de Heer, en om hun eigen maatstaven aan te leggen voor waartoe zij verplicht zijn, dan zou er een veelheid aan maatstaven zijn om al die verschillende denkbeelden te bevredigen, en dan zou aan de Heer de heerschappij ontnomen worden. De wil van de mens zou het hoogste gezag krijgen, en de heilige en hoge wil van God – Zijn liefdevolle bedoelingen tegenover Zijn schepselen – zou onteerd worden en veracht. Steeds wanneer mensen hun eigen weg kiezen, gaan zij de strijd met God aan. Zij zullen geen plaats hebben in het koninkrijk der hemelen, want zij zijn in oorlog met de beginselen van diezelfde hemel. Doordat zij de wil van God negeren, plaatsen zij zich aan de kant van Satan, de vijand van God en mensen. De mens zal niet leven bij één woord, niet bij vele woorden, maar bij alle woord dat uit de mond Gods uitgaat. Wij kunnen niet één woord veronachtzamen, hoe onbelangrijk we dat ook vinden, en dan toch gered zijn. Er staat geen gebod in de wet, dat niet het welzijn en het geluk van de mens tot doel heeft, zowel in dit leven als in het toekomstige.

Wanneer de mens gehoorzaam is aan de wet van God, is hij als met een haag omgeven, en wordt hij tegen het kwaad bewaard. Hij die deze door God opgerichte barrière op één punt doorbreekt, heeft haar vermogen om hem te beschermen vernietigd; want hij heeft een weg geopend waardoor de vijand kan binnenkomen, om te verwoesten en kapot te maken…

Door te wagen de wil van God op één punt te negeren, openden onze eerste voorouders de sluisdeuren van het onheil over de wereld. En ieder die hun voorbeeld navolgt, zal gelijke gevolgen ondervinden. De liefde van God ligt aan ieder voorschrift van Zijn wet ten grondslag, en hij die afstand neemt van de geboden werkt aan zijn eigen ongeluk en ondergang…

Een wettische godsdienst is onvoldoende om je ziel in harmonie met God te brengen… Het enige ware geloof is, wat “Door liefde werkende” (Gal. 5:6) is om onze ziel te reinigen. Het is als zuurdesem dat ons karakter omvormt… Jezus toonde vervolgens Zijn toehoorders, wat het betekent om Gods geboden te houden – het is in zichzelf een reproductie maken van het karakter van Christus. Want in Hem werd God dagelijks voor hen zichtbaar.