“Hier zien we de volharding van de heiligen. Hier komen openbaar die de geboden van God en het geloof van Jezus in acht nemen.” Openbaring 14:12

Spoedig zal het begrepen worden

Het veertiende hoofdstuk van Openbaring is een hoofdstuk van het grootste belang. Dit schriftgedeelte zal spoedig in zijn gehele omvang begrepen worden en de boodschappen die aan Johannes gegeven zijn, zullen heel duidelijk herhaald worden.

Het identificeren van de Drie Engelen

Christus komt weer met macht om zalig te maken. Om de mensen op deze gebeurtenis voor te bereiden, heeft Hij de eerste, tweede en derde engel met boodschappen gezonden. Deze engelen stellen degenen voor die de waarheid ontvangen en met kracht het evangelie aan de wereld openbaren.

Een getrouwe groep

De kerken zijn geworden zoals beschreven is in Openbaring 18. Waarom worden de boodschappen uit Openbaring 14 gegeven? Omdat de beginselen van de kerken verdorven zijn… (Openbaring 14:6-10)

‘En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie, stam, taal en volk. En hij zei met een luide stem: Vrees God en geef Hem eer, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. En aanbid HemĀ Die de hemel, de aarde, de zee en de waterbronnen gemaakt heeft. En een andere engel volgde, die zei: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, de grote stad, omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken. En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam. Klaarblijkelijk is de gehele wereld schuldig aan het ontvangen van het merkteken van het beest. Maar de profeet ziet een groep die het beest niet aanbidt en zijn merkteken niet ontvangen heeft aan hun voorhoofd of hun handen’

“Hier blijkt de volharding der heiligen,” zegt hij, “die de geboden Gods en het geloof van Jezus bewaren.”