Gods man met Gods boodschap

“Elia was een mens net zoals wij en hij deed een vurig gebed dat het niet zou regenen, en het regende niet op de aarde, drie jaar en zes maanden. En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort.” Jacobus 5:17,18

Zijn woord had de schatkamer van de hemel toegesloten, en alleen zijn woord kon deze weer openen…

Elia nam de sleutel van de hemel mee. Alvorens Achab zich van zijn verbazing had hersteld of een antwoord kon geven, verdween Elia terwijl hij de sleutel van de hemel meenam… Zijn woord had de schatkamer van de hemel toegesloten, en alleen zijn woord kon deze weer openen…  Achab besefte niet dat de profeet zijn tegenwoordigheid ongestraft had verlaten, alvorens de man Gods niet meer terug te roepen was.

Gods man met Gods boodschap

God heeft altijd mannen aan wie Hij Zijn boodschap heeft toevertrouwd. Zijn Geest werkt aan hun hart en dwingt hen om te spreken. Aangedreven door heilige ijver en vol vuur door de goddelijke impuls volvoeren ze hun plicht zonder verstandelijk te beredeneren wat de gevolgen zijn van het feit, dat ze tot mensen het woord spreken dat de Here hen heeft gegeven.

Maar Gods dienstknecht is zich als spoedig bewust dat iets heeft geriskeerd. Hij ontdekt dat zijn gedrag, zijn leven, zijn bezittingen worden nagegaan en er wordt commentaar op geleverd. Zijn boodschap wordt uiteengerafeld en verworpen in de meest onvrije en ongeheiligde geest, naarmate mensen met hun beperkt oordeel dit nodig achten.

Heeft die boodschap het werk gedaan waarvoor God haar gegeven had? Nee; ze heeft duidelijk gefaald omdat de harten der toehoorders ongeheiligd waren.

Als het aangezicht van de predikant niet als een keisteen is, als hij geen onoverwinnelijk en vast geloof heeft, als zijn hart niet gesterkt is door gedurige omgang met God, zal hij beginnen zijn getuigenis zo om te vormen dat hij het ongeheiligde oor en hart bevredigt van hen tot wie hij zich richt.

Door te proberen kritiek te vermijden waaraan hij bloot staat, maakt hij zich los van God en raakt het besef van Gods gunst kwijt, en zijn getuigenis wordt tam en levenloos. Hij ontdekt dat zijn moed en geloof verdwenen zijn en dat zijn werk machteloos is.

De wereld is vol vleiers en veinzers die zich hebben overgegeven aan het genot om anderen welgevallig te zijn; maar de getrouwen die geen zelfinteresse bestuderen, maar hun broeders te liefhebben om toe te laten dat de zonde hen beheerst, zijn maar te weinigen.