Gods ondoorgrondelijkheid

 

“O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!”         Romeinen 11:33

Een grens waar de vindingrijkheid van de mens eindigt

Het is de plicht en het voorrecht van ons allen om het verstand te gebruiken zover als de beperkte mogelijkheden van de mens reiken; maar er is een grens waar zijn vindingrijkheid moet eindigen. Er zijn heel wat zaken die door het grootste intellect niet kunnen worden beredeneerd, of door de diepste denker niet kunnen worden onderscheiden. De wijsbegeerte kan Gods wegen en werken niet bepalen; de menselijke geest kan de oneindigheid niet meten.

Jehova is de Bron van alle wijsheid, van alle waarheid en kennis. De mens kan in dit leven heel veel bereiken door de wijsheid die God meedeelt; maar daarachter ligt een oneindigheid, die de studie en de blijdschap der verlosten door alle eeuwen heen zal zijn. De mens kan nu alleen maar op de grens van dat uitgestrekte gebied vertoeven en de verbeelding laten werken.

De sterfelijke mens kan de diepten Gods niet doorgronden; want geestelijke dingen worden geestelijk onderscheiden. Het menselijke denken kan Gods wijsheid en macht niet bevatten.

Vermijd gissen bij het zoeken naar God

Menselijk talent en menselijke veronderstellingen hebben getracht door naspeuren God te ontdekken. Maar gissen is gebleken giswerk te blijven. Door naspeuring kan de mens God niet vinden. Dit probleem is niet voor de mens. Alles wat de mensen van God kunnen en moeten weten is geopenbaard in Zijn Woord en in het leven van Zijn Zoon, de grote Leraar.

Laten de mensen eraan denken, dat zij in de hemel een Heerser hebben, een God die niet met Zich laat sollen. Wie met zijn redeneringen zo ver gaat dat hij tracht zich te verheffen en van God een beeld tracht te maken, zal tot de ontdekking komen, dat hij eerder als een nederige smekeling voor God zou kunnen staan, terwijl hij belijdt dat hij slechts een dwalend mens is.

God kan door de mens niet worden begrepen. Zijn wegen en werken zijn niet na te speuren. Wij kunnen betreffende de openbaringen, die Hij van Zichzelf in Zijn Woord heeft gegeven, spreken, maar laten wij verder van Hem zeggen:

“Gij zijt God en Uw wegen zijn niet na te speuren.”

Er is een kennis aangaande God en Christus, die alle verlosten moeten bezitten.

“Dit is het eeuwige leven,” zei Christus, “dat zij U kennen, de enig waarachtige  God en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.”

De vraag die wij moeten bestuderen luidt: Wat is waarheid – de waarheid voor deze tijd, die gekoesterd, geliefd, geëerd en gehoorzaamd moet worden?

 

Wat is waarheid – de waarheid voor deze tijd, die gekoesterd, geliefd, geëerd en gehoorzaamd moet worden?

Zij, die zich aan de wetenschap hebben gewijd, zijn in hun streven om God te ontdekken verslagen en ontmoedigd. Zij behoren de vraag te stellen: Wat is waarheid?

Wat is waarheid?