God doet geen wonder om de oogst te voorkomen

De Heer zendt ons waarschuwingen, raadgevingen en vermaningen, zodat we de gelegenheid hebben om onze dwalingen te corrigeren vóórdat ze tot een tweede natuur worden. Maar als we weigeren ons te laten corrigeren, komt God niet tussenbeide om de richting van ons eigen handelen tegen te gaan. Hij doet geen wonder, zodat het zaad dat gezaaid is niet op zal komen en vrucht zal dragen.

De mens die hardheid van ongeloof toont, of een koppige onverschilligheid tegenover de goddelijke waarheid, haalt slechts de oogst binnen die hij zelf gezaaid heeft. Dat hebben velen ervaren. Ze luisteren met stoïcijnse onverschilligheid naar de waarheden, die eens hun ziel diep beroerden. Ze hebben verwaarlozing, onverschilligheid en verzet tegen de waarheid gezaaid. En dat is ook de oogst die ze zullen binnenhalen. De kou van ijs, de hardheid van ijzer, de ondoordringbare, onontvankelijke aard van een rots – ze vinden allemaal overeenkomst in het karakter van menig belijdend christen.

Zo heeft de Heer ook het hart van de farao verhard. God sprak door de mond van Mozes tot de koning van Egypte. Hij gaf hem de meest overtuigende bewijzen van goddelijke macht. Maar de alleenheerser weigerde koppig het licht aan te nemen, dat hem tot berouw zou hebben gebracht. God heeft geen bovennatuurlijke macht gezonden om het hart van de opstandige koning te verharden. Maar omdat de farao de waarheid afwees, werd de Heilige Geest terug getrokken. Hij werd aan de duisternis en het ongeloof overgelaten wat hij zelf gekozen had. Door het volhardend afwijzen van de invloed van de Geest snijden mensen zichzelf van God af. Hij heeft niet een nog machtiger helper in reserve om hun geest te verlichten. Geen openbaring van Zijn wil kan hen in hun ongeloof bereiken.