“Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen vanwege het voorbijgaan aan de zonden die eertijds hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.
Hij deed dit om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen nu in deze tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is én rechtvaardigt degene die uit het geloof in Jezus is.”

Romeinen 3:25, 26

“Om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade”, zegt de apostel Paulus, “door de verlossing in Christus Jezus: Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten worden – om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hij zelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is”.

De waarheid klinkt hier in heldere taal. Deze genade en goedheid zijn volkomen onverdiend. De genade van Christus is zó overvloedig, dat die de zondaar rechtvaardigt, zonder dat die van zijn kant verdiensten of aanspraken kan doen gelden. Rechtvaardigmaking is het volledig en volkomen vergeven van zonde. Op het moment dat een zondaar Christus aanneemt, op dat moment is hem vergeving geschonken. De gerechtigheid van Christus wordt hem toegerekend, en hij behoeft niet langer aan Gods vergevende genade te twijfelen.

Het geloof zelf heeft niets, waardoor het onze zaligmaking zou kunnen zijn. Het geloof kan onze schuld niet wegdoen. Christus is de kracht Gods tot behoud van een ieder die gelooft. De rechtvaardigmaking komt tot stand door de verdiensten van Christus. Hij heeft de losprijs betaald tot redding van de zondaar. Toch kan Jezus de gelovige niet op zijn eigen goede werken vertrouwen als middel tot rechtvaardigmaking. Hij moet op het punt komen, waarop hij afstand doet van al zijn zonden, en de ene lichtstraal na de andere omarmen, die op zijn levenspad schijnt. Hij grijpt zich simpelweg in geloof vast aan de beloften van God, die in Christus voor hem tot heiliging, rechtvaardigheid en verlossing zijn gemaakt. En als hij Jezus gaat volgen, wandelt hij nederig in het licht, verheugd zich in dat licht, en verspreidt dat licht naar anderen. Uit geloof gerechtvaardigd is hij zijn hele leven lang opgewekt gehoorzaam. Vrede met God is het gevolg van hetgeen Christus voor hem betekent. De zielen die aan God onderworpen zijn, die Hem eren, en daders van Zijn Woord zijn, ontvangen goddelijke verlichting. In het kostbaar Woord van God kun je naast reinheid en verhevenheid ook schoonheid vinden, waaraan het hoogste wat de mens kan niet kan tippen, tenzij God hun bijstaat…

Niemand van ons kan zich, met een beroep op welk recht ook, verontschuldigen, wanneer hij zijn houvast aan God heeft laten verslappen. Maar hoewel het aan menselijk medelijden mag ontbreken, blijft God toch liefhebben en zich erbarmen, en Hij steekt Zijn helpende hand uit. Gods eeuwige armen omsluiten de ziel die zich tot Hem om hulp wendt… God wil graag dat Zijn kinderen Hem vragen, en op Hem vertrouwen, dat Hij die dingen zal doen die zijn niet zelf kunnen doen.