Jezus begrijpt gevoelens van wanhoop

Het geloof en de hoop beefden in de laatste zielenpijn van Christus, omdat God de zekerheid van Zijn goedkeuring en aanvaarding had weggenomen, die Hij tot dan toe aan Zijn geliefde Zoon had gegeven. De Verlosser van de wereld vertrouwde toen op de bewijzen, die Hem tot dan toe kracht hadden gegeven, dat Zijn Vader Zijn inspanningen aanvaardde en blij was met Zijn werk. In de zielenpijn van Zijn sterven, terwijl Hij Zijn kostbare leven overgaf, moest Hij door geloof alleen vertrouwen op Hem, die Hij altijd met vreugde had gehoorzaamd. Hij werd niet van de ene, noch van de andere kant opgevrolijkt door duidelijke, heldere lichtstralen van hoop. Alles was gehuld in terneer drukkende somberheid. Te midden van de afschuwelijke duisternis die gevoeld werd door de natuur die meeleefde, leegde de Verlosser de geheimenisvolle beker zelfs tot de droesem. Terwijl Hij zelfs de heldere hoop en het vertrouwen in de overwinning, die in de toekomst voor Hem zal zijn, ontzegd werd, riep Hij met luide stem uit:

“En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.”

Lukas 23:46

Hij was bekend met het karakter van Zijn Vader, met Zijn rechtvaardigheid, Zijn barmhartigheid en Zijn grote liefde. En in onderwerping viel Hij in Zijn handen. Te midden van de stuiptrekkingen van de natuur werden door de stomheid geslagen toeschouwers de stervenswoorden van de Man van Golgotha gehoord.