“De lamp van het lichaam is het oog; als dan uw oog oprecht is, zal heel uw lichaam verlicht zijn;
maar als uw oog kwaadaardig is, zal heel uw lichaam duister zijn. Als het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis zelf!”

MattheĆ¼s 6:22, 23

Deze woorden hebben een eerste en tweede betekenis, een letterlijke en een figuurlijke bedoeling. Ze zijn vol waarheid voor het lichamelijk oog, waarmee we uiterlijke voorwerpen zien. En ze zijn ook waar voor het geestelijk oog, het geweten, waarmee we goed en kwaad inschatten. Als het oog van de ziel, het geweten, volkomen gezond is, zal de ziel correct worden onderwezen. Maar wanneer het geweten door menselijke waarnemingen wordt geleid, die niet onderworpen en verzacht zijn door de genade van Christus, verkeert de geest in een ziekelijke toestand. Dingen worden niet in hun juiste betekenis gezien. Er wordt op de fantasie ingewerkt en het oog van de geest ziet dingen in een vals, vertekend licht. U heeft helder, meelevend gezichtsvermogen nodig. Uw geweten is geschonden en verhard. Maar als u de juiste weg wilt volgen, zal het nieuwe gevoeligheid krijgen.

Het geweten

Maar iemand zegt: “Mijn geweten veroordeelt mij niet, wanneer ik het gebod van God niet houd” Maar in het Woord van God lezen we, dat er goed en slechte gewetens zijn. En het feit dat uw geweten u niet veroordeelt, wanneer u het gebod van God niet houdt, bewijst niet, dat u in Zijn ogen niet veroordeeld wordt.