Een belangrijke les kan getrokken worden uit de grote tegenstelling in het karakter van Johannes en in dat van Judas. Johannes was een levend voorbeeld van heiligmaking. Daartegenover bezat Judas een mate van vroomheid, terwijl zijn karakter eerder duivels dan goddelijk was. Hij gaf voor een discipel van Christus te zijn, maar in woord en daad verloochende hij Hem.

Judas had dezelfde waardevolle gelegenheden als Johannes om het Voorbeeld te bestuderen en na te volgen. Hij luisterde naar de lessen van Christus en zijn karakter had door goddelijke genade veranderd kunnen worden. Maar waar Johannes ernstig streed tegen zijn eigen gebreken en op Christus wilde lijken, deed Judas zijn geweten geweld aan en gaf toe aan de verleiding. Hij ketende zich vast aan oneerlijke gewoonten, die hem vormden naar het beeld van satan.

Deze beide discipelen stellen de christelijke wereld voor. Allen beweren volgelingen van Christus te zijn, maar terwijl de ene groep leeft in zachtmoedigheid en nederigheid en van Jezus leert, toont de andere groep dat ze geen daders van het woord zijn, maar slechts hoorders. Eén groep mensen wordt geheiligd door de waarheid; de andere weet niets van de veranderende macht van goddelijke genade. De eersten sterven dagelijks aan hun eigen IK en overwinnen de zonde. De laatsten geven toe aan hun lusten en worden dienaren van satan.