Zijn gerechtigheid wordt verkregen door het geloof

“Bij hem echter die niet werkt, maar  gelooft in Hem Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid.”       Romeinen 4:5

Het geloof dat tot verlossing leidt, is niet een oppervlakkig geloof; het is niet alleen  maar ‘een intellectueel instemmen’, maar het is ‘geloof’ dat geworteld is in het hart dat Christus aanneemt als persoonlijk Verlosser, verzekerd dat Hij volkomen kan zalig maken, hen die door Hem tot God gaan.

De zondaar die in het verderf vergaat, kan zeggen:

“Ik ben een verloren zondaar, maar Christus kwam om het verlorene te zoeken en te verlossen. Hij zegt:“Ik kwam niet om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot berouw en bekering. Ik ben een zondaar, en Hij stierf aan het kruis op Golgotha om mij te redden. Ik behoef geen ogenblik langer on-verlost te blijven. Hij stierf en rees weer op uit de dood voor mijn rechtvaardiging, en zo zal Hij mij nu verlossen. Ik aanvaard de vergeving, die Hij beloofd heeft.”

Het grote werk dat gedaan wordt voor hen die bevlekt en besmet zijn door het kwade is het werk van de rechtvaardiging. Door Hem die de waarheid spreekt wordt hij rechtvaardig verklaard. De Here rekent de gelovige de gerechtigheid van Christus toe, en oordeelt hem rechtvaardig voor het heelal. Hij brengt zijn zonden op Jezus over, Die de vertegenwoordiger is van de zondaar, zijn plaatsvervanger en zijn veiligheid. De ongerechtigheid van ieder mens die gelooft, legt Hij op Christus.

“Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.” 2 Korinthiërs 5:21

Door berouw en geloof worden wij vrij van zonden, en zien wij op de Here, onze Gerechtigheid. Jezus, de Rechtvaardige, leed voor de onrechtvaardige. Nadat God ons heeft gerechtvaardigd door de toegerekende gerechtigheid van Christus, oordeelt God ons rechtvaardig, en behandelt Hij ons als rechtvaardigen.

Hij ziet ons als Zijn dierbare kinderen. Christus werkt tegen de macht van de zonde, en waar de zonde overvloedig is, is de genade des te meer overvloedig.

“Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Here Jezus Christus, door welke wij ook de toegang hebben door het geloof tot deze genade in welke wij staan en roemen in de hoop der heerlijkheid Gods.” Romeinen 5:1,2

God heeft ruimschoots voorziening geschonken dat wij volmaakt kunnen staan in Zijn genade, in geen ding tekortschietend, wachtend op de verschijning van onze Here.